Ik vertrok per boot uit de meest zuidelijke stad in Belize, Punta Gorda naar Livingston. Livingston ligt aan de zee in het zuiden van Guatemala. Bij aankomst in de haven werd ik aangenaam verrast door een gezellige sfeer in de haven met restaurantjes en een leuk pleintje met mensen die muziek maakten en de leuke mensen die ik er ontmoette. Zo was er iemand die me bij aankomst hielp met mijn bagage en bij het zoeken naar een prachtig studiootje aan het water. De verhuurder op zijn beurt liet me in de dagen er na de leukste en gezelligste plekken van de stad zien.
Ook logeerde ik er een aantal dagen bij een Amerikaanse familie die een Catamaran zeilboot voor het huis hadden liggen waarmee ze prachtige zeiltochten rond de Bahama’s hadden gemaakt. Het huis had een geweldige ligging aan een groot meer en was op palen gebouwd met allerlei bruggetjes over het water en waar je van de ene kamer naar de andere liep. En wat kon zij lekker koken: zelf gemaakte hamburgers, pizza’s en ‘s morgens een heerlijk zelf gemaakt ontbijt en dan de woonkamer met in het midden een pooltafel waar we ‘s avonds onder het genot van een lekker drankje en Amerikaanse rock muziek uit de jaren zeventig van de vorige eeuw leuke potjes biljart speelden. Old times good times zo voelde het wel een beetje. Als afsluiting maakte ik nog een prachtige kajak tocht op het meer en nam ik afscheid van mijn vrienden en vervolgde ik mijn weg in de richting van Honduras.
Roatan Island Honduras
Tijdens mijn reis had ik een aantal duikers ontmoet die me dit eiland hadden aangeraden.
En zo stapte ik in Livingstone op de boot naar Puerto Barrios en van daar uit reisde ik per bus verder naar La Ceiba in Honduras. In deze havenstad vertrok de ferry naar Roatan.
Ik begon op West End en slapen deed ik in een houten cabana in een prachtige tuin met de duikschool voor de deur en een leuke en gezellige kroeg met live music schuin tegen over. De komende tien dagen stonden in het teken van het verkennen van de duikstekken voor de kust van West End. Want heel ver hoefden we niet met de boot uit te varen. Dit verschilde met Belize waar ik soms wel ander half tot twee uur in de boot zat voordat we het water in konden. Hier niet, zo de boot in en een paar minuten later de zee in duiken met prachtige muren en tunnels van koraal, veel vissoorten en een aantal fantastische scheepswrakken. Gewapend met mijn gele onderwater camera die me de verassende bijnaam de yellow Dutch submarine opleverde heb ik hier met heel veel plezier gedoken en hele leuke mensen mogen ontmoeten.
Duiken in Oakridge viel me in eerste instantie tegen. Ik merkte dat ik het moeilijk vond om de leuke plek op West End te verlaten en waar ik ondertussen gewend was geraakt aan die prachtige koraal muren, een aantal leuke mensen had leren kennen en ‘s avonds regelmatig in de kroeg genoot van leuke live muziek. Hier kwam ik terecht in een groep Amerikanen die daar woonde of een woning huurde. Mensen die elkaar goed kende en daar kwam ik als vreemde met al mijn bagage en Europeaan aan sjouwen. Het duurde even voordat ik aan die sfeer gewend raakte en ik me daar ook weer thuis voelde.
Ook het duiken viel me in eerste instantie tegen en de begeleiding van de Divemaster al helemaal. Deze man was onder water moeilijk te volgen en mijn masker dat de hele tijd vol liep met water maakte het er niet makkelijker op. Een keer raakte ik hem en de groep kwijt, op zich zelf geen prettig gevoel maar met nog een halve tank aan zuurstof en niet al te diep wist ik de boot op eigen kracht te vinden. En na een aantal duiken raakte ik steeds enthousiaster want ook op deze plek was het genieten. Heel anders dan in West End maar de iets wat vreemde onderwater koraal structuren gevestigd op diepe wanden van zand met etages waar allerlei zeedieren zich in gevestigd hadden zoals de Lobster ( kreeft met lange voelsprieten) en reuze krabben. Maar ook zeepaardjes in de bloem koralen en niet te vergeten de prachtige koraaltuinen zoals te zien op de foto’s.













