Bonaire – laatste stop van een jaar op reis… of toch niet

Na bijna een jaar reizen leek het antwoord eenvoudig: Bonaire zou mijn laatste stop worden. Nog één eiland. Nog één hoofdstuk. Nog één plek om langzaam af te ronden voordat ik weer richting huis zou bewegen. Of toch niet?
Bonaire staat wereldwijd bekend als Diver’s Paradise. Een naam die nieuwsgierig maakt. Wat maakt dit relatief kleine eiland in het Caribisch gebied zo bijzonder? Kristalhelder water, koraalriffen vlak voor de kust, kantduiken en warm water. Maar eerlijk is eerlijk… mijn eerste indruk was niet alleen maar liefde op het eerste gezicht.
Na de uitbundige kleuren van Jamaica, de tropische sfeer van Costa Rica en de ontspannen Caribische charme van Belize voelde Bonaire verrassend anders. Soms zelfs bijna… Nederlands. Meer verkeer dan verwacht. Minder van die kleine sfeervolle restaurantjes, reggae-bars en spontane straatgezelligheid die ik onderweg zo was gaan waarderen. Ik miste soms het uitgesproken Caribische ritme.
En toch gebeurde er langzaam iets bijzonders.
Iedere ochtend liep ik ongeveer twintig minuten naar de duikschool. Geen grote excursie. Geen avontuur. Gewoon een wandeling langs zee. Zonlicht op het water, zout in de lucht, het licht dat op de golven schitterde en het rustige ritme van de ochtend voordat de duikdag begon. Van alle grote reiservaringen zijn het soms juist deze eenvoudige dagelijkse rituelen die zich voorgoed vastzetten in je geheugen. Die wandeling vergeet ik nooit meer.
Mijn duikschool — Yellow Submarine — voelde al snel als een fijne plek om thuis te komen. Goede begeleiding, een prettige sfeer en vooral: ruimte om verder te groeien als duiker. Grappig genoeg had een mededuiker me eerder in Roatán al eens een bijnaam gegeven: The Yellow Submarine. Volgens hem had ik opvallend goed drijfvermogen… en meestal een felgele onderwatercamera bij me. Misschien paste die naam op Bonaire eigenlijk beter dan ooit.
Want hier gebeurde iets dat verder ging dan simpelweg veel duiken maken.
Hier begon verdieping.
Verdieping in het rif. Verdieping in het kijken. Verdieping in het begrijpen van wat zich werkelijk onder water afspeelt.
Ik verdiepte me in specialisaties als Deep Diving, Night Diving, Underwater Naturalist, Fish Identification en Wreck Diving. Langzaam veranderde mijn manier van kijken. Niet alleen meer zoeken naar mooie vissen of spectaculaire momenten, maar aandacht krijgen voor gedrag, camouflage, leefgebieden, relaties tussen soorten en de complexe rijkdom van het rifecosysteem.
Eén van de absolute hoogtepunten was zonder twijfel de beroemde Hilma Hooker. Een indrukwekkend wrak van ruim zeventig meter lang, rustend op haar zijde in het blauwe water van Bonaire. Ooit een vrachtschip, nu een kunstmatig rif waar sponsen, koralen en rifleven langzaam bezit van hebben genomen. Een plek waar geschiedenis, diepte en onderwaterleven samenkomen.
Maar achteraf bekeken zat de echte schoonheid van Bonaire niet alleen in één wrak, één specialty of één perfecte duik. Misschien zat ze juist in iets subtielers: in het langzaam verfijnen van vaardigheden, in rustiger bewegen, in beter leren observeren en in het ontdekken dat een rif veel meer is dan een decor voor een mooie duikfoto.
Want waar ik boven water soms het uitbundige Caribische ritme van eerdere bestemmingen miste, vond ik onder water iets anders: stilte, koraal, ademhaling en verdieping.
En achteraf bekeken werd Bonaire daardoor niet zomaar mijn laatste stop van een jaar reizen. Integendeel. Het werd een brug. Een overgang. Een plek waar iets begon dat nog lang niet klaar was. Na Bonaire volgden nieuwe stappen: Divemaster, Assistant Instructor, IDC… en uiteindelijk zelfs de Filipijnen.
Pas later begreep ik dat Bonaire nooit echt een eindpunt was geweest.
De reis eindigde niet op land. Ze ging verder onder water …

















