Ik lande op Norman Manley International Airport, Kingston, Jamaica.
-Good Vibes – Positive Vibrations – Welcome to Jamaica –
‘Welcome to Jamrock’ zong Damian Marley in 2005 – de jongste zoon van Bob Marley.
Jamaica ademt muziek en is net zo muzikaal als al die andere landen in het Caribische
gebied zoals Cuba, Mexico, Guatemala en de Dominicaanse Republiek: het swingt, het
danst, het springt, het speelt muziek en houdt nooit op! It’s a way of life and it never stops!
Reggae muziek ontstond in 1968 uit een aantal verschillende Amerikaanse muziek genres
zoals big band, rhythm and blues, mento (ook wel jamaicaanse jazz genoemd) en ska. Ska
stond bekend om zijn ritme waarin de bassdrum op de 2e en de 4e tel gespeeld wordt, de
zogenaamde after beat. Uit ska ontstond het langzamere rocksteady en daaruit ontstond
uiteindelijk reggae.
Het is die grote muziekheld Bob Marley die deze fantastische muziek wereldberoemd
maakte en Jamaica op de wereldkaart zette!
Kingston was even wennen! Ik was gewend geraakt aan het ongelofelijk gezellige Santo
Domingo, de hoofdstad van de Dominicaanse Republiek waar ik bijna drie weken verbleef
en waar ik bijna iedere straatmuzikant, eigenaren van de souvenirwinkels en het personeel
van een aantal super gezellige restaurantjes in het centrum kende.
Toen ik in Kingston aankwam, zag ik alleen maar donkere verlaten straten en grote tralie
hekwerken voor woningen en winkels, geen kroeg of restaurant die na acht uur ‘s avonds
nog open was. Had ik mij vergist: swingde het dan toch niet zo? Jawel, de Dubclub was zo’n
super gezellige muziektent. Je moet het alleen zoeken, want het ligt op een berg. En
opletten als je ’s nachts weer terug naar huis gaat, want het zijn nogal wat stappen omlaag.
Ik besloot Kingston tot het laatste te bewaren! ‘ Save the best for last’ Ik vertrok naar de Blue
Mountains, die stonden al tijden op mijn verlanglijstje!
De Blue Mountains staan naast de fantastische natuur ook bekend om zijn hoge kwaliteit
koffiebonen die op de flanken van het middel- en hooggebergte verbouwd worden. De Blue
Mountain Peak, met 2256 meter, is de hoogste top en daarmee het hoogste punt van
Jamaica! De Blue Mountains danken hun naam aan de prachtige sluier-achtige blauwe
gloed of waas die bij helder weer rondom de bergtoppen te zien is!
Jimmy, de eigenaar van een koffieboerderij in de Blue Mountains, kwam me die vrijdag
ophalen in het Dancehall hostel in Kingston. Op weg naar de boerderij, over soms goede,
maar merendeels slecht begaanbare wegen, vroeg ik me af hoe ik het bij Jimmy en zijn
familie ging verkopen dat ik geen koffie dronk. Ik verontschuldigde me hier dan ook
vroegtijdig voor. Nu had hij nog de kans om om te draaien.
Ik denk dat je de boerderij het beste kunt vergelijken met een boerderij in Nederland uit de
jaren ‘50 – ‘60 uit de vorige eeuw. Er wordt hard gewerkt op de boerderij; van ‘s morgens
vroeg tot ‘s avonds laat worden er koffiebonen gewassen, gefilterd en te drogen gelegd. De
werkzaamheden worden grotendeels met de hand verricht. Alleen het filteren van de
koffiebonen wordt machinaal gedaan. De boerderij bestaat uit een grote ruimte met diverse
kamers waar zijn moeder, twee broers, vrouw, neef en zijn twee kinderen wonen. Een
andere broer kwam iedere dag koken, want waar hard gewerkt wordt daar moet natuurlijk
ook goed gegeten worden. Rondom de boerderij ligt een stuk grond beplant met
koffieboompjes en waar het heerlijk vertoeven was. De geur van koffie kwam me hier iedere
dag tegemoet. Wat een prachtig uitzicht had ik daar op bergtoppen en omgeven door
fantastische natuur. En wat een ongelofelijk mooie omgeving om foto’s te maken! Ook
memorabel waren de gezellige potjes Domino die ik daar ‘s avonds met de kids na het eten
en met leuke reggae muziek op de achtergrond speelde.
De dagen vulde ik met prachtige wandelingen waarvan de mooiste naar de ‘Blue Mountain
Peak’ was. ‘Tiger’, een broer van Jimmy, was mijn gids, samen liepen we in vijf uur naar de
top. De laatste vijf en een halve kilometer waren pittig met steile beklimmingen op gladde en
smalle paadjes.
Mijn volgende bestemming was bij Ute, een gepensioneerde Duitse vrouw die sinds 1981 in
Jamaica woont, in de uitlopers van de Blue Mountains niet ver van het kustplaatsje Hope
Bay. Jimmy van de koffieboerderij had me er naartoe gebracht en wat was het een mooie
autorit dwars door de Blue Mountains. Overdag liet Ute me zo de prachtige omgeving zien,
zoals twee prachtige watervallen waarvan de Marley waterval, misschien kwam het toch ook
door die naam, de mooiste was. ’s Avonds werd er lekker gegeten en vonden er gezellige
gesprekken plaats op haar veranda met uitzicht op de Blue Mountains. Zo vertelde ze graag
over haar bijen, want ze had maar liefst elf bijenkasten in haar tuin staan.
Ze vertelde ook over de Papilio Homerus, de bekendste vlinder van Jamaica, met prachtige
gele en zwarte kleurencombinaties en een spanwijdte van maar liefst vijftien centimeter is
het de grootste vlinder van Jamaica. Helaas gaat het niet goed met deze vlinder, naar
schatting leven er nog honderd in het wild, verdeeld over twee plekken op Jamaica. De
grootste bedreiging voor deze bijzondere vlindersoort is het verlies van dichtbegroeide
bosachtige omgeving, het gebruik van bestrijdingsmiddelen door boeren en vlinder
verzamelaars die het kennelijk belangrijker vinden om zo’n vlinder aan de muur te hebben
hangen dan dat ‘ie vrij in de natuur kan rondvliegen, triest!
Onder andere lokale initiatieven kunnen er in de toekomst hopelijk voor zorgen dat deze
vlinder in Jamaica en in het wild blijft voortbestaan! Het planten van bepaalde boomsoorten
en stoppen met het gebruik van die giftige bestrijdingsmiddelen kunnen hier een grote rol in
spelen! Zij heeft hem al die jaren een keer gezien en hoopt door het planten van bepaalde
boomsoorten in haar tuin een steentje te kunnen bijdragen. Geweldig initiatief en ik zag die
prachtige vlinder al in haar tuin rondvliegen! 15 cm jeetje dat is zo groot als een merel:
prachtig WoW!
Via Ute reisde ik naar Port Antonio. Ik wilde graag een keer duiken op Jamaica om te kijken
hoe de onderwaterwereld er daar uit zou zien. Onaangetaste koraalriffen en misschien ook
scheepswrakken, want Jamaica lag ooit in een ver verleden op belangrijke handel en
vaarroutes. Port Antonio was in die tijd de grootste haven van Jamaica. Ik was benieuwd en
ik had inmiddels ook contact gelegd met een plaatselijke duikschool, maar al snel bleek dat
er daar niet veel gedoken werd en die week al helemaal niet, jammer!
Mijn hotel dat eigenlijk meer op een guesthouse leek viel me niet tegen! Het huis lag in een
straat met vrijstaande woningen die grotendeels van hout gebouwd waren. ’s Avonds was er
niet veel te doen, maar gelukkig vond ik een paar straatjes verderop een gezellig en
smakelijk restaurantje waar leuke muziek gedraaid werd en het eten onwijs lekker was.
De dag erop wandelde ik door het centrum van de stad toen ik verrast werd door prachtig
gezang dat uit een kerk kwam. In Jamaica vind je soms wel bijna in iedere straat een kerk of
een soort gemeenschapshuis dat in gebruik is als kerk. Maar dit is niet de kerk zoals wij die
gewend zijn. Ik luisterde daar naar een prachtige stem, dit keer geen stem die leek op die
van James Brown, maar een vrouwelijke stem die niets onder doet aan Aretha Franklin en
de hele kerk zong mee. Ik werd uitgenodigd en voor ik het wist, zat ik daar op een bankje,
midden in een menigte zingende en swingende kerkgangers die ook allemaal een eigen
instrument mee hadden genomen!
Ik reisde verder van Port Antonio via de Noordkust in oostelijke richting en liet de stad Ocho
Rios links liggen. Ook de Spanjaarden waren ooit op Jamaica, getuige de naam ‘Acht
Rivieren’. Ik reisde met de Knutsford Express, de meest comfortabele busonderneming op
Jamaica, in de richting van Montego Bay en stapte uit in het plaatsje Rio Bueno. Daar
logeerde ik de komende week bij een Rastaman. Rastaman is een term die zijn roots heeft
op Jamaica.
Daar stond hij dan op me te wachten met zo’n prachtige grote kleurrijke muts. De kleuren
van reggae muziek en iemand die Bob Marley en zijn muziek voor altijd in zijn hart gesloten
heeft. Shabba was zijn naam en zijn hoge prachtige muts verraadde zijn lange dreadlocks.
Sinds de sterfdag van Bob (6 mei 1981) is hij niet meer naar de kapper geweest en zijn
dreadlocks zijn inmiddels misschien wel meer dan twee meter lang. We trommelen ‘s
avonds op zijn veranda mee op reggae plaatjes. Op zijn veranda stonden twee grote boxen
waar de hele dag reggae muziek te horen was, en een speelgoedset van zijn dochters, toen
die nog klein waren, die gebruikt werd als tafel. Ik at er heerlijk zelf gemaakte en verse
kokossoep, koken kan hij als de beste!
Zijn woning was gezellig ingericht met overal foto’s en oude krantenartikelen van
reggae-muzikanten uit de jaren ‘ 70 en ‘ 80. Zo trof ik daar ook een geweldig artikel aan,
althans zo leek het op het eerste gezicht, maar later bleek het een artikel met een hele
zwarte rand te zijn. Het artikel dateert van 21 maart 1980, met daarin een prachtige foto van
Junior Marvin, Bob Marley, Jacob Miller en muziekproducent en bandmanager Chris
Blackwell, bij het Nederlandse Sint Maarten op de terugweg van een concert in Brazilië. Wat
ongelofelijk treurig nieuws ontdekte ik, een dag na aankomst op Jamaica, dat Jacob Miller
en zijn zoon een auto-ongeluk hadden en om het leven kwamen.
Ruim een jaar later overleed Bob Marley aan die verschrikkelijke ziekte. Wat een uitermate
treurige berichten en wat een trieste en zwarte bladzijde in de geschiedenis van Jamaica en
reggae muziek. Ik vond op internet een prachtige akoestische versie van ‘Redemption’ door
Bob Marley die ik nog niet kende. Die dateert uit 1980, een jaar voor zijn dood!
Samen met Shabba bezocht ik Nine Mile, een plek in de bergen van St. Ann, waar Bob
Marley geboren en begraven is. Wat was het een grote eer om daar te zijn! In zijn kamertje
waar hij opgroeide zag ik een afscheidsbriefje van de Reggae Boys uit Den Haag hangen. Ik
bezocht het prachtige kerkje waar zijn moeder begraven is. Ik hoorde gidsen prachtige
liederen van Bob zingen op de tonen van een geweldig spelende huisband. Tenslotte deed
ik mijn schoenen uit en betrad ik het mausoleum en schuifelde ik een rondje door de
prachtige marmeren tombe, geschonken door de Italiaanse regering. Waarin Bob begraven
is samen met een gitaar, een voetbal en een zakje wiet. Wat was het fijn en schitterend om
te zien dat ruim veertig jaar nadat hij is overleden zoveel mensen iedere dag in de weer zijn
om deze legende en zijn muziek nooit te vergeten!
De begrafenis van Bob is de grootste ooit in de geschiedenis van Jamaica. Meer dan
honderdduizend mensen waren die dag op de been om hem een laatste eer te bewijzen. Ik
vond hierover een artikel in The Guardian: Bob Marley’s funeral, 21 may 1981: a day of
Jamaican history.
Ik reisde met de Knutsford Express verder in de richting van Montego Bay. Ik wist dat ik daar
niet meer zou aantreffen dan Amerikaanse toeristen en resorts. Toch werd ik aangenaam
verrast door een leuke vrouw van Indiaanse afkomst uit New York City en ze kon geweldig
Indiaans koken. Ze kookte iedere avond met veel plezier lekkere gerechten voor me en ze
raakte steeds meer geïnteresseerd in mijn reggae music experiences! Een aantal weken
later ging ze ook bij Shabba op bezoek. Ik heb nog steeds contact met haar!
Ik reisde verder naar Negril helemaal in het oostpunt van het eiland! Ik vond het al een hele
ervaring, zo reizen per bus vanuit Kingston helemaal naar het westpunt van Jamaica! Negril
viel me tegen en het ‘’7 Mile Beach’ al helemaal; ongelofelijk duur, veel te veel toeristen en
geen aangename plek voor mensen die alleen reizen. Ik had graag het mausoleum van
Peter Tosh bezocht, maar helaas ging er geen bus die kant uit en de taxirit was me veel te
duur.
Peter Tosh vormde samen met Bob Marley en Bunny Wailer in 1963 de groep The Wailers
die uitgroeide tot een wereldberoemde reggae band. In 1974 verliet hij de band en bouwde
hij een heel mooie solocarrière op. Hij bracht zijn bekendste plaat, een duet, uit in 1979:
Don’t look back (You gotta walk), samen met een andere grote muziekheld van de Rolling
Stones Mister Mick Jagger. Thank you Mick keep on going, we love you! Helaas werd Peter
op 11 september 1987 vermoord.
Peter Tosh was naast een groot reggae artiest ook een groot mensenrechtenactivist. In
politieke kringen was hij niet overal geliefd en men vraagt zich soms af of dit iets met deze
moord te maken heeft. Ik las een artikel wat deze dag beschrijft als: ‘What a dark day for
Reggae and a sad and shameful day for mankind’
Ik reisde met de Knutsford bus terug naar Kingston.
Waar kon ik mijn reis op Jamaica beter eindigen dan bij ‘56 Hope Road’ Kingston Jamaica!
Ik ging door een poort naar binnen, daar stond hij dan, voor het huis en vergoten in een
prachtig standbeeld met zijn gitaar en een vinger hoog richting de hemel wijzend: Mister Bob
Marley; reggae muziek legende, schrijvend en zingend over mensenrechten, opkomend voor
degene die geleden hadden en lijden door de gruwelen van slavernij en kolonisatie, sociale
gelijkheid, liefde, vrede, eenheid en jawel het legaliseren van Marihuana. Hij zei ooit: ‘My life
is only important if I can help plenty of people’.
Ik sloot aan bij een groepje toeristen en onder leiding van een gids werden we Bobs woning
binnengeleid. Helaas, verdorie foto’s mochten niet gemaakt worden. Direct bij het betreden
van het huis, dat ik alleen kende van foto’s en filmmateriaal, werd ik verrast door het grote
aantal gouden en platina albums en historische foto’s van zijn leven en concerten. Ik denk
dat dit ook wel de bedoeling geweest moet zijn. Pats boem: ‘Here I am and this is what I did!’
Ik volgde de gids en nam even de tijd om rustig rond te kijken, soms vroeg ik me af of ik
toch niet even stiekem een fotootje kon maken. Nee, natuurlijk niet, Respect!
Vooral de muziekstudio, waar Bob en zijn vrienden van de Wailers en later alleen of met
andere muzikanten muziek opnam, sprak me erg aan. Wow, wat moet dat een muziekfeest
geweest zijn en een prachtige sound hebben gegeven. Het stoepje waar hij het nummer
‘Three Little Birds’ schreef, de ruimte waar hij, zijn vrouw en zijn manager beschoten werden
en waar de kogelgaten in de muur zaten. Tenslotte het filmzaaltje waar prachtige filmpjes
van Bob’s leven te zien waren, waar zijn vrouw Rita, zijn kinderen, producenten, muzikanten
en anderen die met hem hadden samen geleefd en gewerkt een prachtig inzicht gaven over
zijn leven en zijn muziek.
Die middag, na een fantastische rondleiding en een aantal leuke souveniertjes gekocht te
hebben , hlemaal in Good Vibes, besloot ik ook nog ‘The Cultural Yard’ in Trenchtown te
bezoeken. Ik hield een taxichauffeur aan en vroeg of hij me daar naartoe kon brengen.
Trenchtown is een buurt in Kingston waar Reggae muziek is ontstaan en die bekendheid
kreeg door zijn vele beroemde reggae-muzikanten die hier opgroeiden. Bob Marley kwam
hier samen met zijn moeder wonen na het overlijden van zijn vader. Hij leerde er gitaar
spelen en kwam hier Peter Tosh en Bunny Wailer tegen. Helaas staat de buurt ook bekend
als armoedig, met een heel hoge werkloosheid en veel drugs geweld. Dat was ook te zien
aan de vele muurschilderingen en graffiti’s als eerbetoon aan mensen die door geweld om
het leven waren gekomen. Rest in Peace!
Eenmaal aangekomen in ‘The Cultural Yard’ te Trenchtown, werd ik hartelijk ontvangen door
een hele leuke vrouw die met me op de foto wilde en die voor deze gelegenheid een grote
gave zwarte zonnebril opzette. Ze had wel iets weg van een Hollywood ster.
Ik werd rondgeleid door een andere leuke vrouw in de ‘Cultural Yard’. Het viel me op dat
toen ik een gezellig gesprek wilde aanknopen met een oudere bejaarde vrouw die daar op
de stoep zat, ze eerst heel nors was, maar nadat ik vertelde dat ik een groot fan van Bob
Marley was en daarom ‘The Cultural Yard’ kwam bezoeken er een super leuk gesprek
ontstond! Wat is het opmerkelijk en gaaf dat als je in zo’n arme buurt bent waar mensen
meer in hutjes dan in een huizen wonen, met zoveel armoede en geweld, mensen uit de
buurt je met zo’n ongelofelijk warm hart en enthousiasme ontvangen en rondleiden.
Heartbreaking! Gelukkig waren ze grote delen van de wijk aan het renoveren, hopelijk biedt
dat in de toekomst betere leefomstandigheden, betere scholing, meer werkgelegenheid en
minder criminaliteit en drugs geweld voor de bewoners.
‘The Cultural Yard’ kan ik het beste omschrijven als een vierkant blok van piepkleine
woningen met een binnenplaats. Een pleintje met vrolijke muurschilderingen, een cafeetje
met geweldige posters van muziekoptredens die er ooit hadden plaatsgevonden, het oude
Volkswagen busje waar Bob samen met de Wailers in rond toerde.
Misschien wel de bekendste reggaeplaat uit de geschiedenis ‘No Woman No Cry’ werd in
Trenchtown geschreven.

























































Thank you Jamaica!
- Thank you Bob, thank you Peter, thank you Bunny. Thank you Wailers!!! –
Thank you, all the beautiful people who keep these legends and fantastic culture and music
alive! Cheers brothers and sisters! Respect, One Love and God Bless you all!